Het begin van de oorlog

Bron: gemeentearchief / krantenartikel Nieuwsblad van het Noorden - 11 november 1978 - Jan Wierenga

Nederland is in oorlog, Duitse troepen vallen op diverse plaatsen ons land binnen. Zo ook in en om Coevorden. Hier leest u het verhaal van vier dappere Nederlandse soldaten die ondanks hun beperkte middelen met veel moed de Duitsers ernstig in hun opmars hebben vertraagd.

Martinus Vugteveen was er bij die dag. Hij is geboren Nieuw-Amsterdammer, maakte deel uit van het groepje van vier soldaten dat tot het laatste ogenblik de stelling bij de Krimbrug verdedigde tegen de Duitse storm. Tien dagen na de val van Coevorden prijkt zijn foto, genomen op het moment van de overgave, in het Duitse blad “Die Woche”: een ontredderd man, die de verschrikkingen van de laatste uren nog niet van zijn gezicht heeft kunnen wissen. En dat in zekere zin, ook in zijn verdere leven nooit helemaal heeft kunnen doen. Nog altijd jaagt het weerzien met de plek, waar hij zolang geleden het Bronzen Kruis verdiende, emoties door hem heen. Nog steeds is hij niet uitgepraat over de gebeurtenissen van toen. En nog altijd wil, regelmatig, 's nachts de slaap niet komen. De erfenis van vier uur frontervaring.

Het is 9 mei 1940. “We wisten dat het zou beginnen. De dreiging hing bijna tastbaar in de lucht. Een onwezenlijke stilte die als het ware bol stond van het gevaar” vertelt Vugteveen. Als lid van een sectie van twaalf infanteristen, onder aanvoering van sergeant Klaas van der Baaren, bemant hij de post Krimbrug. Ze behoren tot de 2e Compagnie van het eerste Grensbataljon. Kapitein Berenschot, die zijn hoofdkwartier in Coevorden heeft gevestigd, is hun compagniescommandant. De opdracht van Van der Baaren is: zodra de vijand nadert, onmiddellijk de brug opblazen. Als het kan 24 uur stand houden. Van der Baaren heeft zijn sectie verdeeld over twee stellingen.

In het talud van de weg naar Nieuwe Krim, vlak bij de brug, is een mitrailleursnest uitgegraven. Van der Baaren zelf zal het machinegeweer bedienen. Hij wordt bijgestaan door de soldaten Vugteveen, Sipke Beetstra en Barend Schuiling. Achter de mannen bevindt zich een tweede, open stelling. De rest van de sectie moet daarin, om rugdekkend vuur af te geven. Er zijn 1200 patronen beschikbaar. Op 10 Mei komt de oorlog nog diezelfde nacht angstig dichtbij: Hollandse soldaten op de vlucht, vertellen dat de vijand de grens al over is en op Coevorden af marcheert. Van der Baaren commandeert zijn manschappen de gevechtsstellingen in en probeert contact te krijgen met het hoofdkwartier in Coevorden. Tevergeefs: de lijn is continu bezet en Van der Baaren krijgt zijn kapitein niet te pakken. Hij besluit voor alle zekerheid eerst de brug op te blazen. Dat elimineert het gevaar dat Duitse sluippatrouilles, die wel eens vlak achter de vluchtelingen aan kunnen komen, de brug onbeschadigd in handen krijgen.

Soldaat Blok brengt de explosieven tot ontploffing en met een daverende knal vliegt de Krimbrug de lucht in. Dat is meteen het einde van de brug; momenteel ligt er een vaste dam. Blok vaart in een rubberbootje terug naar zijn kameraden. Het is dan half vier in de morgen. Nog geen uur later doet sergeant Van der Baaren een verbijsterende ontdekking. Het lang verwachte contact met het hoofdkwartier in Coevorden is eindelijk tot stand gekomen en uit de veldtelefoon komt krakend de mededeling dat kapitein Beerenschot er met zijn hele staf en al zijn manschappen vandoor is. Toen had de bezetting van de Krimbrug de eerste vijand al in het vizier gehad. Er rest slechts één conclusie: de kapitein heeft in zijn haast om weg te komen, gewoon vergeten, ook de vooruitgeschoven posten te waarschuwen. (Later bleek dat ook de bemanning van een bunker aan het Coevorderkanaal niet van de terugtocht op de hoogte was. Zij leverden een kort maar hevig vuurgevecht met de Duitsers en gaven zich toen over).

Van der Baaren aarzelt lang met zijn beslissing. Hij heeft per slot van rekening orders stand te houden, maar nu de chef er zo onverwacht tussen uit is gegaan, zijn de zaken er wel even anders komen te liggen. Hij besluit te blijven. Martien Vugteveen heeft daar na al die jaren nog steeds een grenzeloze bewondering voor. “Een monsterachtige vent. Hij was bang, net als wij allemaal, maar dat hebben wij nooit aan hem gemerkt”. Het is niet alleen zijn koppige Friese bloed, of een wat overdreven kadaverdiscipline, die de sergeant de moeilijkste weg laat kiezen. Hij hoopt dat hij door stand te houden, het Hollandse leger bij Elim lang genoeg respijt geeft om zich ordelijk terug te trekken. Bij de Krimbrug vloeit het eerste (Duitse) bloed. Over de weg door de buurtschap ’t Klooster aan de overkant van het kanaal nadert een Duitse verkenner te paard. Een vreemde tegenstelling: de Duitse eenheden die op Coevorden aanrukken, zijn uitgerust met pantserwagens, maar ook met paarden, bereden door cavaleristen in “feldgrau”. Dezelfde cavalerie overigens die een belangrijke rol speelde in de verovering van Polen.

Van der Baaren aarzelt niet en de Duitser tuimelt dodelijk getroffen van zijn paard. In de tuin van de brugwachter Goseling heeft lange tijd ter gedachtenis aan de jonge adellijke luitenant Von Köckritz een ruwhouten kruis gestaan. Later werd het stoffelijke overschot overgebracht naar Duitsland. De Duitsers zijn verrast door de tegenstand. De ruiterij stijgt af en onder dekking van de slootkanten langs de weg door ’t Klooster rukken tirailleurs op uit alle macht schietend. Vanaf de overkant van het kanaal antwoordt gericht geweervuur, ondersteunend door de ratelende mitrailleur. De Duitsers krijgen er ongenadig van langs. Steeds weer vallen er gaten in de gelederen. Tenslotte liggen ze onder de kanaaldijk. Verder komen ze vooralsnog niet.

“Tot aan het moment van het eerste vuurcontact hebben we eigenlijk nooit goed beseft in wat voor situatie we verzeild geraakt waren. Dat kwam pas toen de kogels links en rechts van ons insloegen. Ik had het zweet op mijn lichaam staan”. De kazemat van Van der Baaren is lastig gecamoufleerd en de Duitsers missen de juiste richting. De mannen in de open stelling zijn er beroerder aan toe. Zij hebben geen enkele beschutting en als de Duitsers ook nog de gevreesde mortieren inzetten houden ze het voor gezien. Ze trekken terug in de richting Nieuwlande. De verdediging van Coevorden is in handen van vier soldaten.

De Duitsers zelf hielden de strijd bij de Krimbrug van minuut tot minuut bij, getuige een verslag van Leo Leixner in zijn boek in zijn boek “Von Lemberg bis Bordeaux”, waarin de zegevierende opmars van de Duitse legers wordt beschreven. Leixner had een voorkeur voor gezwollen taalgebruik, terwijl hij het bovendien niet al te nauw met de waarheid nam. Wel klinkt in zijn verslag oprechte bewondering voor de moed der Hollanders door. Zo tekende hij uit de mond van de paardenluitenant Graaf S. op: “De Hollander schiet goed, mijne heren. Beter dan de Pool”. En even verder: “De Nederlander heeft zich, waar hij zich te weer stelde, moedig gedragen.

De toestand van de vier werd onhoudbaar. De weg terug is definitief afgesneden, en de vijand is er in geslaagd, het kanaal over te steken. Op een afstand van nog geen 25 meter wachten soldaten het laatste aanvalscommando af. Als de munitie tot de laatste patroon verschoten is, geeft Van der Baaren de post over. Net op tijd; een Duitser staat op het punt een handgranaat naar binnen te gooien. De strijd om Coevorden is gestreden. Er heeft zich nog een onverkwikkelijk incident voorgedaan. Vugteveen noemt het “de eerste oorlogsmisdaad van Duitsers op bezet gebied”. Ze hadden namelijk de bewoners van een huis verderop gedwongen tevoorschijn te komen en hen als levend schild in de richting van de zich hardnekkig verwerende landgenoten bij de brug gedreven. Een meisje, Regina Nijenhuis, liep daarbij een levensgevaarlijke schotwond op. Van der Baaren heeft ook na de oorlog lange tijd niet geweten of het schot van hem afkomstig was of van een Duitser.

Een recente reconstructie – het meisje overleefde haar verwonding – wees uit dat de kogel wel degelijk uit een Duits geweer kwam.

De sergeant en zijn vrienden hebben het overleefd. Achter elkaar, de handen boven het hoofd, zijn ze zojuist de stelling uitgekropen. Overal liggen dode Duitsers. Voorzichtige herinneringen spreken van “enkele tientallen”, Van der Baaren heeft later verklaard dat het er minstens tachtig geweest moeten zijn. De Duitsers zelf hebben getracht het werkelijke aantal te bagatelliseren.

Hoe dan ook: de vrachtrijder Bruins van ’t Klooster heeft met zijn paard en wagen overuren moeten draaien om alle gewonden en gesneuvelden weg te halen. De overwinnaars complimenteren de verliezers. “Sie haben gut gekämpft. Sie haben geschossen wie ein Teufel”, zo staat ergens geschreven. Even later slaat de stemming om. Een Duitse officier beschuldigt Van der Baaren van misbruik van de witte vlag. De vier gaan onverwijld achter slot en grendel en ze dreigen zonder veel omhaal voor het vuurpeloton geleid te worden.

Dan voert de geschiedenis een nieuwe figuur ten tonele: de toenmalige burgemeester van Coevorden, Gautier. Vanaf een brug die een eind verder lag dan de Krimbrug heeft hij precies kunnen volgen wat er in werkelijkheid aan de hand was. Bij de kazemat bevond zich indertijd het huis van een zekere Hoffmeier, Duitser van origine. Hij weigerde op bevel van Van der Baaren zijn woning te verlaten. Hij bleef op eigen risico, maar toen hij in de verte zijn landslui zag naderen hing hij de witte vlag uit.De Duitsers verkeerden daarop in de veronderstelling dat de Hollanders zich hadden overgegeven en kwamen uit hun dekking te voorschijn. Van der Baaren wist echter van die witte vlag niets af en opende het vuur.

Gautier slaagde erin de officier te overtuigen en Van der Baaren en zijn soldaten gingen in krijgsgevangenschap. Niet voor lang overigens. De sergeant ging in het verzet en maakte een turbulente tijd mee. Later zou hij de Bronzen Leeuw krijgen. Hij woont nu in Canada. Martien Vugteveen keerde toen de oorlog bijna voorbij was terug naar Coevorden. Hij had de Duitsers er zien komen – hij zag ze er nu volledig verslagen, weer wegtrekken. De gebeurtenissen bij de Krimbrug staan echter voorgoed in zijn herinnering gegrift. “Ik heb de schrik in de benen gekregen en die is er nooit meer uitgegaan”.