De verdwenen boortoren in 't Haantje op 1 december 1965

Het was alsof je vlakbij een startende straaljager stond.’

Metershoge boortoren in enkele seconden opgeslokt

Het gas gierde bij wijze van spreken om je oren. Een fontein van modder en water spoot met reuzenkracht metershoog de lucht in. Het regende modder, er klonk een oorverdovend lawaai.
De boortoren van dikstaal en bijna vijftig meter hoog, knakte even voorover en verdween in enkele 
seconden gracieus in de gaskrater. Opgeslokt door de onrustige aarde. Werd nooit meer iets van teruggezien.

We schrijven de datum 1 december 1965

De plaats: ’t Haantje, een buurtschap vlakbij Sleen. Om preciezer te zijn : de boorlocatie Sleen 2 van de Nederlandse Aardolie Maatschappij op nog geen honderd meter van het Oranjekanaal. 
Het is ’s middags half vier. Op de boorlocatie is de sfeer gespannen want het gaat niet goed met de boring. Zo’n twintig man, vooral Fransen van de boormaatschappij Forex, zijn zenuwachtig in de weer. Ze hebben de afgelopen dagen weinig geslapen, want er waren problemen met het boren. Nu dreigt de boel volledig uit de hand te lopen.

Win Delhaas was destijds assistent-exploitatie-ingenieur. Tegen een verslaggever van deze krant vertelde hij later dat hij in de buurt van de boortoren ‘molshopen’zag ontstaan. Daar borrelde gas omhoog. Naast het boorgat! Ook in de boorput zelf kwam nu het gas naar boven. De put kotste gas, zoals Delhaas zegt. Hij sloeg groot alarm: “Wegwezen was het parool. We waren nog bezig met ontruimen toen veertig meter bij ons vandaan het gas eruit gierde. Een fontein van wel dertig meter hoog. Ongelooflijk, wat een kracht. Een kabaal, onbeschrijflijk. Het was alsof je vlak naast een startende straaljager stond”.

Wat is er gebeurd? 

Op 2 november was er op de locatie Sleen begonnen met een boring om het gasveld bij ’t Haantje in exploitatie te brengen. In enkele weken wordt een diepte bereikt van ruim 1800 meter. Er zijn wat problemen met het boren door een laag zwakke steen die het boorgat verstopt maakt. Dan stuit de boorploeg echter op een keiharde steenlaag. Ook die barrière wordt genomen maar dan blijkt dat onder die steenlaag gas te bevinden onder extreem hoge druk. Waar een druk van 140,150 bar op die diepte normaal is, heeft het gas hier een druk van bijna 300 bar. “We wisten niet dat achter die prop zo’n gasexpansie zat. We verwijderden de prop en kregen meteen de volle laag. Toen was het heel vlug gebeurd. We kregen de volle mep van de gasdruk te verduren”, vertelt Delhaas.

Uit de diepe ingewanden van de aarde zoekt het gas zich een weg naar boven. Door de poreuze aardlagen, die rond het boorgat bovendien zijn gekraakt, borrelt het gas zo’n 1850 meter omhoog. Bloeb,blurb. Alsof de aarde boertjes laat. Eerst zijn het kleine kratertjes die aan het oppervlak ontstaan, maar al snel worden die groter. Tot een grote eruptie de aarde met grof geweld opensplijt. Een fontein van dertig meter hoog, een krater van enkele tientallen meters doorsnee en een boorinstallatie van vier miljoen gulden (guldens uit 1965!) verdwijnt in de grond zonder een spoor achter te laten.

’t Haantje is wereldnieuws

De gaseruptie maakt ’t Haantje enkele dagen tot wereldnieuws. Dit natuurgeweld is zeldzaam. Gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd, maar een boortoren die door de aarde wordt verzwolgen, daarvoor komen verslaggevers van heinde en ver naar Sleen. Het macabere landschap rond de boorput spreekt tot de verbeelding. 
Op 4 december meldt de krant: “De ingewanden der aarde zijn in Sleen nog steeds niet tot rust gekomen. Gisteren nog braakte zij een baaierd van grauwe modder, zout water en gas uit haar binnenste. Helaas heeft de NAM nog geen poging kunnen doen de put dood te maken. De losgebroken oerkrachten laten zich voorlopig niet temmen….”
Vanuit de lucht is het alsof de maan van dichtbij wordt gefotografeerd. Een grote ronde krater, glad en in het midden wat restanten van de installatie.

Modderpoel

Na drie weken werkt de krater nog steeds. Het borrelt voortdurend. “Het onherbergzame oord is voor iedereen afgesloten”, meldt een verslaggever. En hij beschrijft: “De weilanden rond de krater zijn herschapen in een maanlandschap. Kleine erupties hebben overal in de bodem gaten geslagen. Het terrein is levensgevaarlijk, vooral als de grote krater tot rust is gekomen. Men weet dan namelijk niet waar de volgende, grote eruptie zal plaats vinden.”
Om de borrelende gasput weer onder controle te krijgen , boort de NAM vanaf een nieuwe locatie 600 meter verderop schuin een gat naar de oude boorput. Met het karwei zijn ruim twee maanden gemoeid. op 21 februari 1966 meldt de NAM echter triomfantelijk: Sleen 2 is met succes afgesloten, er zijn geen gaserupties meer. Daarvoor was het nodig zo’n 400 ton (400.000 kilo) cement in 1800 meter diep het boorgat in te spuiten. Een verslaggever ter plaatse meldt: “Duizenden kubieke meters zand liggen als een dijk rondom de gedoofde krater. Te zien is een verraderlijk meertje van drijfzand met een doorsnee van een kleine honderd meter”.

Telexbericht Telexbericht Telexbericht Telexbericht
Sleen 17/2 (ANP)- alhoewel daaromtrent nog geen enkele zekerheid bestaat, heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) een goede hoop, over enkele dagen de gaskrater in de Drentse gemeente Sleen, waaruit de laatste dagen weer constant gas en modder naar boven spuit, te temmen. Gisteravond heeft men aan de hand van onderaardse metingen kunnen vaststellen, dat rond de buizen van de zogenaamde defiatieboring- dat is de tweede boring op een afstand van zeshonderd meter, die bedoeld is om de gaseruptie tot rust te brengen- de gasdruk aanmerkelijk minder is dan op het punt waar de krater ontstond. Hier spoot het gas namelijk onder een druk van 285 atmosfeer naar boven.

ir. H.J. de Ruiter, chef exploitatie van de NAM, zei vanmorgen op een persconferentie in Emmen, dat deze lage druk zeer gunstige indicaties geeft voor het slagen van de operatie. De tweede boring heeft op dit moment een verticale diepte bereikt van 1.925 meter, ongeveer tachtig meter onder de top van de laag, die de uitbarsting op 1 december van het vorig jaar veroorzaakte. De lengte van het schuin geboorde gat bedraagt 2.065 meter. Het einde van het gedevieerde gat bevindt zich nu nabij het punt, waar de eerste boring de gaslaag penetreerde.(w.v.-mz)

Anekdote
Bewakingspersoneel en omwonenden van de “gasgeiser” hebben in de nacht van donderdag, 2 december op vrijdag 3 december enkele bange ogenblikken doorgemaakt. Een snel opzettende onweersbui wekte namelijk velen uit een diepe slaap en het gerommel van de donder deed aanvankelijk vermoeden , dat er iets met de spuiter aan de hand was. Spoedig had men echter de werkelijke oorzaak van ’t lawaai door en kon iedereen weer rustig gaan slapen.

Knapzakroute.
Weinig herinnert daar bij het Oranjekanaal nog aan de gaseruptie van 1965. Toen het ’t Haantje wereldnieuws was. De mensen in het buurtschap weten er natuurlijk nog wel over te vertellen en er komen nog regelmatig mensen kijken. Er loopt een toeristische Knapzakroute vlak langs het voormalige rampgebied. Veel is er voor de belangstellende toeristen echter niet te zien.
Wat bomen in een weiland.
Het verhaal van ’t Haantje is ook vooral een verhaal over wat er niet te zien is. De boortoren die er was, maar er niet meer is. Die zomaar van het ene moment op het andere verdween. Het is ook het verhaal over gas en dat zie je nooit. Gas dat bij ’t Haantje bovendien op een diepte van 1850 meter onder de grond zat en dat geen kant op kon. Dat het door de eeuwen steeds verder onder druk kwam te staan. Meer druk, steeds meer druk. Tot mensen er een gaatje in boorden.
Toen kon het eruit…